Omgevingswet

Omdat het iedereen aangaat, besteden we aandacht aan het artikel van Elze van Hamelen over de Omgevingswet. De tekst is 1-op-1 overgenomen van De Andere Krant. Het geeft een verdieping over wat de wet precies inhoudt. Onderzoeksjournalist Elze van Hamelen heeft hier langdurig en uitgebreid onderzoek naar gedaan.

Onderstaande artikelen zijn van De Andere Krant. Wij delen de publicaties vanwege het grote belang voor ons allemaal om de ins en outs te weten van de Omgevingswet, om hier aandacht voor te vragen en hierover desgewenst met de gemeente in gesprek te gaan; de artikelen zijn eigendom van Elze van Hamelen/De Andere Krant:

1. SPECIAL: Omgevingswet verstikt Nederland

omgevingswet💨


DE GROTE VERBOUWING RAAKT ONS ALLEMAAL​

Datum: 11 mei 2024
Omgevingswet

Elze van Hamelen

“De grootste wetgevingsoperatie sinds de herziening van de Grondwet in 1848.” Dit zei Mark Rutte over de Omgevingswet die per 1 januari 2024 stilletjes is ingegaan. Onder de wet moeten alle gemeenten een Omgevingsvisie en Omgevingsplan maken. Die komen in plaats van de oude bestemmingsplannen. Ze kunnen worden ingezet om burgers en bedrijven ‘maatschappelijke doelen’ op te leggen en hun gedrag te monitoren. Volgens veel experts gaat de nieuwe wetgeving leiden tot meer overheidsbemoeienis, rechtsonzekerheid, ondermijning van het eigendomsrecht en een onwerkbare bureaucratie. Er is één sprankje hoop: gemeenteraden kúnnen in actie komen en de regie terugpakken.

De overheid spreidt een net over Nederland

Met de invoering van de Omgevingswet, begin dit jaar, spreidt de overheid een net over Nederland. Politici staan te springen om ons land ingrijpend te ‘verbouwen’. Demissionair minister Hugo de Jonge spreekt zelfs van de “wederombouw” van Nederland. Beleidsbepalers hebben de Omgevingswet speciaal aangepast om hun maatschappelijke doelstellingen – ‘transities’ op het gebied van duurzaamheid, natuur, klimaat, gezondheid en veiligheid – op te leggen aan burgers en bedrijven. Die krijgen te maken met steeds meer controle en surveillance, en met grote rechtsonzekerheid. Zelfs het overgangsrecht, waarbij burgers zich konden beroepen op in het verleden afgegeven vergunningen, staat op de helling. BVNL-partijleider Wybren van Haga spreekt van een “nieuwe stap in de steeds maar uitdijende overheid”.

omgevingswet 2

Nederland is een dichtbevolkt land. Wie zijn huis wil verbouwen, een bedrijf wil beginnen, een boerenbedrijf heeft, of van A naar B wil gaan, moet rekening houden met de effecten die dat heeft op zijn medeburgers. Tot voor kort werd de inrichting van het land bepaald door gemeentelijke bestemmingsplannen en vergunningstrajecten gebaseerd op diverse normen. Dit staat bekend als het omgevingsrecht. Dat systeem leverde geen vrijheid op om te doen en laten wat je wilt, maar wel een bepaalde rechtszekerheid. Bovendien was de invloed die de overheid op je leven kon uitoefenen via het omgevingsrecht aan beperkingen onderhevig. Het omgevingsrecht kon bijvoorbeeld niet worden gebruikt om te bepalen hoeveel CO2 je mag uitstoten.

Voor politici leverde dit een probleem op. De moderne generatie politici wil ‘transities’ verwezenlijken – de energietransitie, de eiwittransitie – en doelen bereiken op het gebied van milieu, klimaat, natuur, gezondheid en veiligheid. Die worden mede ingegeven door de EU en door VN-programma’s als Agenda 2030 en de bijbehorende Sustainable Development Goals (SDG’s). Daarvoor moet Nederland ingrijpend worden ‘verbouwd’. Het rijk “herneemt de regie” voor “een grote verbouwing van Nederland, met consequenties voor hoe landschappen, steden en dorpen (her)ingericht worden”, schrijft minister Hugo de Jonge in de notitie Nieuwe Nota Ruimte van oktober 2023.

Deze “grote verbouwing” wil de regering zien uit te voeren middels de nieuwe Omgevingswet. De Jonge omschrijft het doel van de Omgevingswet in een brief aan de Kamer van 24 februari 2022 als volgt: “We willen heel veel als het gaat om de inrichting van Nederland. We zoeken ruimte voor honderdduizenden duurzame woningen. Ruimte voor de natuur. Ruimte voor een duurzame economie met groeimogelijkheden. Ruimte voor duurzame landbouw. Ruimte voor duurzame energievoorziening. Maatregelen voor het klimaat. Al deze claims hebben een zekere urgentie, maar lopen allemaal tegen datzelfde probleem aan: onze ruimte is schaars. Alleen al om deze reden is meer samenhang, samenwerking en regie nodig: om te kunnen kiezen en om bij dit verdeelvraagstuk een samenhangende afweging te kunnen maken. Bij dit vraagstuk gaan de mogelijkheden van de Omgevingswet ons helpen.”

De Omgevingswet is aan het parlement verkocht als een manier om het oude, complexe omgevingsrecht te moderniseren en versimpelen. De wet is al in 2015 aangenomen door de Tweede Kamer, maar is pas dit jaar ingegaan. In de tussenliggende periode is hij aangepast met allerlei aanvullingsregelingen, algemene maatregelen van bestuur ­(AMvB’s), ­nota’s van wijzigingen en amendementen, waardoor hij onherkenbaar is veranderd. In plaats van een eenvoudige aanpassing van verouderde wetgeving is er sprake van een stille politieke revolutie met ingrijpende gevolgen voor alle inwoners van Nederland.

Demissionair president Rutte noemde de Omgevingswet “de grootste wetgevingsoperatie sinds de herziening van de Grondwet in 1848”. Niet voor niets is er 2,7 miljard euro voor uitgetrokken, volgens het blad Binnenlands Bestuur. De Jonge trekt nog een andere vergelijking, namelijk met de wederopbouw naar de Tweede Wereldoorlog. Hij spreekt letterlijk van een “wederombouw”. “De opgaven waarvoor we staan, zijn zo groot dat we naar analogie van de wederopbouw zonder overdrijving kunnen spreken van een wederombouw van Nederland”, schrijft hij in zijn brief van 17 mei 2022.

Met de invoering van de Omgevingswet is dus in de kern het doel van het omgevingsrecht gewijzigd: het gaat niet langer over wat we vroeger ‘ruimtelijke ordening’ noemden, maar over het aansturen van gedrag om maatschappelijke doelen zoals ‘bescherming van het leefmilieu’, ‘bewoonbaarheid’ en ‘omgevingskwaliteit’ te behalen. Het betekent dat ruimtelijke ordeningsbeleid niet langer puur om de bestemming van grond draait, maar om maatschappelijke sturing en maakbaarheid via de ‘fysieke leefomgeving’. Dit wordt duidelijk verwoord in artikel 1.3 van de Omgevingswet: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: (a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.”

Dit wordt bevestigd door planologen en juristen. “Gemeenten hebben steeds meer duurzaamheidsambities. Maar hoe kunnen ze deze ambities waarmaken, door ze via de wet af te dwingen?”, vraagt planoloog Sanne Veldhuizen van het bedrijf Arcadis op Omgevingsweb, een platform voor professionals die zich bezighouden met het omgevingsrecht. Volgens haar biedt de Omgevingswet hiervoor mogelijkheden. Planoloog en adviseur Rick Hendrickx van SAB Adviseurs schrijft in een artikel op Omgevingsweb (Duurzaamheid in de Omgevingswet): “Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. Het is een van de redenen waarom de Omgevingswet wordt opgesteld: de huidige wetgeving biedt nog te weinig mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. Het is dan ook niet vreemd dat de Omgevingswet voor alle overheidslagen diverse mogelijkheden gaat bieden om duurzaamheid te verankeren.”

Senior vakredacteur omgevingsrecht Suzanne van der Beele schrijft in een artikel op Binnenlands Bestuur (Hoe regel je biodiversiteit? Biedt de Omgevingswet ­kansen?): “De Omgevingswet biedt allerlei mogelijkheden en instrumenten voor een natuurinclusieve samenleving”. Hoogleraar bestuursrecht en duurzaamheid Kars de Graaf en hoogleraar Besluitvorming en rechtsbescherming in het omgevingsrecht Hanna Tolsma schrijven in een artikel in het vaktijdschrift Milieu en Recht uit 2016 (De Omgevingswet als Klimaatwet?): “Het beperken van de uitstoot van broeikasgassen behoort tot de doelstellingen en de reikwijdte van de Omgevingswet”. Volgens advocaat Jan van Vulpen, gespecialiseerd in het ruimtelijk bestuursrecht, zal veel van het nationale klimaatbeleid moeten worden uitgevoerd door lokale gemeenten en dat kan via de Omgevingswet. Vulpen schrijft in een artikel op Omgevingsweb (Omgevingswet en duurzaamheid) dat de nieuwe Omgevingswet uitkomst biedt “omdat gemeenten nu gebodsbepalingen (verplichtingen) mogen opleggen. Dit was onder het oude omgevingsrecht niet mogelijk.”

Advocaat Vera Platteeuw, gespecialiseerd in omgevingsrecht, licht toe tegenover De Andere Krant: “De oude ruimtelijke regelgeving maakte bestemmingsplannen mogelijk. In bestemmingsplannen werden de gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Het ging dus over de vraag ‘hoe mag je een perceel gebruiken?’ en ‘wat mag je bouwen?’ De Omgevingswet gaat over veel meer. Deze wet gaat over de ruimte waarin mensen leven. De werkingssfeer van de Omgevingswet wordt bepaald door het kernbegrip fysieke leefomgeving. Dit is geen afgebakend begrip maar de wet bepaalt wel dat het gaat over bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed, dierenwelzijn, klimaat, welzijn, geur, milieu, duurzaamheid. Met deze wet zijn thema’s zoals bodem, water lucht, natuur, bouwen, klimaatadaptatie en energietransitie gebundeld in een wet. Dat stond vroeger helemaal niet in het bestemmingsplan. Alles wat er gebeurt in de fysieke leefomgeving, mag je nu in het Omgevingsplan bepalen.”

Niet alleen is het doel van het omgevingsrecht fundamenteel gewijzigd, ook de wijze waarop het wordt geïmplementeerd. Ook dat heeft ingrijpende gevolgen. Gemeenten hebben de plicht gekregen een ‘Omgevingsvisie’ op te stellen, waarin zij hun langetermijnambities aangeven voor het herinrichten van de omgeving. Die moeten vervolgens worden vertaald in een ‘Omgevingsplan’, waarin concrete initiatieven worden benoemd. Deze worden deels door de Rijksoverheid voorgeschreven via omgevingswaarden en verplichte ‘programma’s’ (denk aan het stikstofprogramma). De Omgevingsplannen moeten worden geregistreerd in een landelijke database, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Burgers en bedrijven die een bouw- of andere vergunning willen aanvragen, moeten binnen deze DSO zélf op zoek gaan naar de regels waar ze aan moeten voldoen.

Die eigen verantwoordelijkheid van vergunningaanvragers, die ook nog eens gecombineerd wordt met een ‘zorgplicht’ die burgers opgelegd krijgen, is een uiterst controversieel onderdeel van de nieuwe wet. De Raad voor de Rechtspraak noemt dit proces “tijdrovend en ingewikkeld”.

Volgens Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van bestuursrechtspraak van de Raad van State, is de rechtsbescherming van de burger in het geding: “Wanneer het voor een doorsnee burger, die niet thuis is in het omgevingsrecht, een vrijwel onmogelijke opgave blijkt, zijn weg te vinden in het DSO, kan hij zijn rechten niet in kaart brengen, zijn standpunt daarover niet bepalen en daarmee geen adequate beroepsgronden formuleren, waarmee zijn rechtsbescherming wordt uitgehold.” Senator Eric Kemperman van BBB zegt tegen De Andere Krant: “Je krijgt onmogelijke beslisroutes, en uiteindelijk eindig je bij: ‘Neem contact op met uw gemeente’. En het DSO is nu net bedoeld om dat te voorkomen. En neem je dan contact op met die gemeente, dan blijkt de expertise niet langer in huis te zijn.”

Alsof hiermee nog niet genoeg overhoop is gehaald, zit er nog een addertje onder het gras, waar in het publieke debat vrijwel geen aandacht voor is geweest. Onder de Omgevingswet wordt namelijk het verplichte overgangsrecht afgeschaft. Platteeuw legt uit wat daar de implicatie van is: “Het overgangsrecht is een regeling in bestemmingsplannen die erin voorziet dat oude situaties, die ten tijde van een vorig bestemmingsplan al bestonden, maar die in strijd zijn met het daarop volgende bestemmingsplan, mogen blijven bestaan. Dat betekent dat wanneer je een bouwwerk vergund hebt gekregen, en een nieuw bestemmingsplan dat gebruik verbiedt, je het bouwwerk toch op de bestaande manier mag blijven gebruiken. In de nieuwe situatie is de gemeenteraad niet langer verplicht overgangsrecht op te nemen. Dat betekent dat je rechtszekerheid wordt aangetast.”

Van Vulpen geeft een voorbeeld in zijn artikel op Omgevingsweb: in de oude situatie kon “een gemeente met een bestemmingsplan niet ‘gebieden’ en dus afdwingen dat eigenaren van woningen hun tuin tot een bepaald percentage vergroenen of ontstenen”, maar “omdat in de Omgevingswet geen standaardovergangsrecht meer hoeft te worden opgenomen, zal het na inwerkingtreding van de wet wel mogelijk zijn (dergelijke) gebodsbepalingen in het Omgevingsplan op te nemen”.

Wybren van Haga van Belang van Nederland (BVNL), velt een hard oordeel: “De Omgevingswet is een moloch, een nieuwe stap in de steeds maar uitdijende overheid. Het is supercontrole. Het geeft politiek-activistische ambtenaren weer een stok om burgers mee te slaan.”

Wat kunnen we doen?

Aan ieder nadeel zit een voordeel, luidt een bekende uitspraak. Dat zou voor de Omgevingswet ook weleens kunnen gelden. De wet biedt mogelijkheden voor alerte burgers om andere doelen te bereiken dan door de overheid worden voorgeschreven. Dat vereist wel actie. In deze special, in de krant te vinden op pagina 4 t/m 11, legt journalist Elze van Hamelen uit wat dit voor ons zal betekenen. En wat we ertegen kunnen doen. Bestel of koop deze speciale editie bij een verkooppunt bij u in de buurt. Op de website koers2030.nl vindt u meer informatie. Neem een abonnement op De Andere Krant en blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen over de Omgevingswet.

https://deanderekrant.nl/nieuws/omgevingswet-verstikt-nederland-2024-05-09

2. Hoe democratisch  is de grote verbouwing van Nederland?

hoe democratisch is nederland

Beeld: Wilfred Klap💨


“HET MERENDEEL VAN ONZE INWONERS GEEN FLAUW IDEE HEEFT WAT ER GAANDE IS”​

Datum: 28 maart 2024
Mens en Macht

Elze van Hamelen

Er vindt een ‘grote verbouwing’ van Nederland plaats waar burgers nauwelijks iets vanaf weten en geen inspraak in hebben gehad, heb ik aangetoond in een eerder artikel in De Andere Krant. Het was aanleiding voor het Zuid-Hollandse statenlid (inmiddels Kamerlid) Henk de Vree (PVV) om indringende vragen te stellen aan de provincie Zuid-Holland over de democratische legitimering van de besluitvorming. De antwoorden van de provincie stellen niet gerust. Maar wat zowel De Vree als de provincie missen is het grote plaatje: de verbouwing van Nederland komt niet uit de lucht vallen – hij komt voort uit internationale afspraken waar ook onze democratisch gekozen bestuurders niets over te vertellen hebben.

In het artikel Let op! Nederland gaat op de schop, in de Andere Krant van 10 november 2023, heb ik een beschrijving gegeven van de veelomvattende beleidsplannen van minister Hugo de Jonge voor een ‘grote verbouwing van Nederland’. De Jonge kondigt in zijn contourennotitie nieuwe Nota Ruimte van oktober 2023 aan dat de ruimte in Nederland “rechtvaardig verdeeld” zal worden om ruimte te creëren voor allerlei transities, onder andere op het gebied van landbouw, natuur, mobiliteit en verstedelijking.

Wanneer je de ambities van het kabinet leest, daalt het besef in dat de vermeende stikstofproblematiek peanuts is in vergelijking met de 22 landelijke plannen die aanspraak maken op landgebruik. Het is duidelijk dat die 22 projecten enorme impact zullen hebben op Nederland en dat er voor veel activiteiten helemaal geen plaats meer zal zijn. Vooral de landbouw en visserij zullen hard worden getroffen. Dat komt onder meer door een enorme uitbreiding van natuurgebieden en ‘natuurherstel’, die ertoe leidt dat 40 procent van Nederland zal worden ingericht als ‘natuur’, en door de ruimte die wordt opgeslokt door de ‘energietransitie’ (windmolens, zonnepanelen, energie-infrastructuur).

De vraag is, heeft de Nederlandse bevolking inbreng in deze ‘verbouwing’? Wat is de democratische legitimiteit ervan? In mijn artikel heb ik aangegeven dat veel van de besluitvorming plaatsvindt in informele overlegorganen, zoals de zogenoemde Novex-regio’s, die helemaal niet bestaan in de Nederlandse bestuursstructuur en waartoe burgers dan ook geen toegang hebben. Provincies en gemeenten, waar wel democratische verantwoording plaatsvindt, blijken nauwelijks te zijn betrokken bij de Nota Ruimte, alleen op indirecte wijze. Van referenda is al helemaal geen sprake.

De Vree stelt deze vragen aan de orde, aan de hand van mijn artikel. “De PVV maakt zich grote zorgen over de enorme verbouwing die gaande is, aangezien daar in verkiezingstijd nauwelijks aandacht voor is en de uitvoering dermate onoverzichtelijk, zodat gerust gesteld kan worden dat het merendeel van onze inwoners geen flauw idee heeft wat er gaande is, laat staan dat ze daar een mening over hebben”, schrijft hij. “Een slechte zaak, aangezien de gevolgen voor hun levens en leefomgeving heel groot zullen zijn.”

Hij vraagt: “Kunt u aangeven wanneer en op welke wijze onze burgers hebben kunnen stemmen over de gaande zijnde verbouwing van Nederland en onze provincie Zuid-Holland?”

Het antwoord van provinciesecretaris Marcel van Bijnen en Commissaris van de Koning Jaap Smit, namens de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland: “Via een ‘digitale inwonersraadpleging’ hebben we onze inwoners actief gevraagd om inbreng te leveren bij het stellen van prioriteiten ten behoeve van het Ruimtelijk Voorstel dat de minister aan ons heeft gevraagd in het kader van de Ruimtelijke Puzzel.” Die ‘ruimtelijke puzzel’ is een project waarbij in oktober 2022 alle provincies een ‘starterspakket’ ontvingen van het Rijk met een “ruimtelijke puzzelopdracht” waarin ze de 22 nationale programma’s een plek moesten geven. De provincie Groningen stelde vast dat om alle opgaven te realiseren, 2,5 keer de oppervlakte van de provincie nodig zou zijn.

Aan de ‘digitale inwonersraadpleging’ hebben 5800 inwoners deelgenomen, schrijven Van Bijnen en Smit, en de resultaten zijn verwerkt in “de stukken die u zijn toegezonden ten behoeve van de besluitvorming over het Ruimtelijk Voorstel in Provinciale Staten”. De bestuurders gaan er blijkbaar vanuit dat een ‘digitale inwonersraadpleging’, waaraan een zeer beperkt aantal mensen meedoet, en waarvan de resultaten op onduidelijke wijze worden ‘verwerkt’ in de besluitvorming, een vorm is van democratische legitimering. Daar zullen weinig mensen het mee eens zijn. Uit vele interviews die ik heb gedaan in het kader van mijn onderzoek naar de ‘grote verbouwing van Nederland’, blijkt dat boeren, vissers en burgers zich niet gehoord voelen bij dit soort zogenaamde ‘participatieprocessen’. In de praktijk worden ze uitgenodigd om te mogen tekenen bij het kruisje na presentaties over plannen die jarenlang achter gesloten deuren zijn voorbereid in samenwerkingen tussen bureaucraten, grote bedrijven, dure consultancy’s en ‘maatschappelijke organisaties’.

De Vree vraagt vervolgens: “Deelt u de mening dat er in principe geen democratische legitimiteit is voor deze verbouwing van Nederland en onze provincie Zuid-Holland?”. Antwoord: “Nee. Besluitvorming vindt plaats door democratisch gekozen bestuursorganen, waaronder ook Provinciale Staten.”

Dat zou mooi zijn als het waar was. Het probleem is alleen dat het niet klopt. Van Bijnen en Smit geven dat later zelf ook toe. In november 2021 kwam de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur met een rapport waarin zij aangaf dat beleid steeds meer op ‘andere plekken’ wordt gemaakt dan in de gemeenteraad of bij Provinciale Staten, zoals ik mijn vorige artikel al aangaf. De Vree vraagt de provinciebestuurders of zij de mening van de Raad delen. Antwoord: “De analyse dat toegenomen taaktoedeling vanuit de rijksoverheid naar het regionaal niveau, in combinatie met toegenomen samenwerking van gemeenten, heeft geleid tot een toegenomen belang van regionale verbanden met slechts indirecte democratische legitimatie wordt breed gedeeld. Ook wij onderschrijven deze feitelijke waarneming, evenals overigens de minister van BZK.” Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Van Bijnen en Smit erkennen vervolgens: “De Contourennotitie voor de nieuwe Nota Ruimte is afgelopen oktober uitgebracht door het Rijk. Bij de totstandkoming daarvan zijn de gemeenten, waterschappen maar ook provincies maar beperkt betrokken. Betrokkenheid liep vooral via de koepels van de decentrale overheden (VNG/UvW/IPO). In het recent uitgebrachte Participatieplan Nota Ruimte heeft het Rijk weergegeven hoe partijen worden betrokken bij het vervolg van de totstandkoming van de Nota Ruimte. Hoe decentrale overheden preciezer (hoe & wie waar-wanneer) worden betrokken, is ons nog niet duidelijk.”

De twee bestuurders stellen vervolgens: “Wij pleiten er bij het Rijk voor gemeenten en provincies actiever te betrekken bij de totstandkoming van Nota Ruimte en snel duidelijkheid te verschaffen over de concretere invulling van deze betrokkenheid. Want ons betreft kan deze betrokkenheid niet alleen via de koepels van de decentrale overheden lopen, maar is het ook van belang voor de daadwerkelijke decentrale overheidspartners uit de diverse landsdelen.”

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland erkennen dus wel degelijk dat ze zich op dit moment gepasseerd voelen en worden opgescheept met plannen en dictaten waar ze zelf weinig over te zeggen hebben. Ze erkennen ook dat “alle ruimteclaims” die door de 22 programma’s worden gelegd, “simpelweg niet zullen passen”. Waar zij en ook De Vree het niet over hebben, is waar die 22 programma’s nu eigenlijk vandaan komen. Wie bepaalt dat al deze ‘transities’ nodig zijn?

In mijn onderzoek Nederlandse boeren en vissers: Ondermijning van eigendomsrecht en de voedselvoorziening, dat ik vorig jaar heb uitgevoerd, ontdekte ik dat de ingezette transities voortkomen uit afspraken die decennia geleden op VN-niveau gemaakt zijn. Tussen 3 en 14 juni 1992 hield de VN de Earth Summit-conferentie in Rio de ­Janeiro. Na afloop presenteerden zij ­‘Agenda 21’, de ‘blauwdruk voor samenlevingen in de 21e eeuw’, het klimaatverdrag en het biodiversiteitsverdrag. Agenda 21 kreeg in 2015 een update met ‘Agenda 2030’ en de welbekende ‘sustainable development goals’ (sdg’s). Aan de conferentie namen maar liefst 1400 geaccrediteerde ngo’s formeel deel aan de officiële procedures, daarnaast namen “duizenden anderen” deel aan een parallel gepland ‘Global Forum’. De ngo’s spelen vervolgens een grote rol in de implementatie van deze internationale beleidsagenda’s op alle mogelijke niveaus: nationaal, regionaal, lokaal, in het onderwijs, via reclamecampagnes en via juridische wegen.

Verplichtingen onder de ‘Green deal’ van de EU, en de klimaatwet en de energietransitie in ons eigen land, vloeien voort uit het VN-klimaatverdrag. Het biodiversiteitsverdrag vereiste de instelling van het ‘ecologische netwerk model’, een systeem van beschermde gebieden, bufferzones daaromheen, waar economische activiteit gereguleerd is, en ‘corridors’ die deze gebieden verbinden. Deze gebieden zijn onder verschillende namen wereldwijd ingesteld. Ondertussen vallen 17 procent van al het land en 10 procent van alle zeegebieden onder de ‘bescherming’ van het VN Biodiversiteitsverdrag. Die bescherming wordt uitgevoerd door ngo’s, die in Nederland in beleidsstukken als ‘maatschappelijke organisaties’ of ‘terrein beherende organisaties’ naar voren komen. In de praktijk betekent het dat de burger of boer geen toegang meer heeft, tenzij onder strikte voorwaarden.

Na de COP15-conferentie in december 2022 werden nieuwe doelen onder het bindende Biodiversiteitsverdrag aangekondigd: voor 2030 moet 30 procent van het land en water ‘beschermd gebied’ zijn, en in 30 procent van ‘beschadigde’ natuurgebieden moeten herstelwerkzaamheden plaatsvinden. De EU nam deze doelstellingen over, met een afgewaterde versie van de hersteldoelstellingen. Overigens, herstelwerkzaamheden hoeven niet per se in beschermde gebieden plaats te vinden. Dat er in Nederland ‘ruimte voor natuur’ nodig is, komt doordat er in 1992 en daaropvolgend op VN-niveau bindende afspraken zijn gemaakt.

Op het verstedelijkingsbeleid werd al vóór de Rio-conferentie een voorzet genomen, met de ‘Habitat’-conferentie in Vancouver in 1976, waarna de VN alle lidstaten opriep beleid te formuleren op het gebied van ruimtelijke ordening, met als doel privébezit in toenemende mate onder publieke controle te stellen. Op deze manier zou ‘menselijke ontwikkeling’ via ‘menselijke nederzettingen’ effectief aangestuurd kunnen worden. De visie voor ‘duurzame menselijke nederzettingen’ werd verder uitgewerkt in hoofdstuk 8 van Agenda 21, en in daaropvolgende conferenties Habitat II (1996) en Habitat III (2016). De huidige uitwerking van deze conferenties is sdg 11, Duurzame, veilige en veerkrachtige steden en gemeenschappen, en de New Urban ­Agenda. De VN-commissariaten en daaraan verbonden organisaties en ngo’s kauwen vanuit deze internationale opdrachten gedetailleerd beleid voor, dat zich op landelijk niveau bijvoorbeeld vertaalt in een ‘mobiliteitstransitie’ en op stedelijk niveau naar beleid voor ‘slimme’ en 15-minuten steden. Op veel stedelijke websites kom je een rechtstreekse verwijzingen tegen naar de sdg’s, Habitat, de Urban Agenda of verschillende ngo’s die zich inzetten voor het implementeren van Agenda 21/2030.

Samenvattend: Nederland zit midden in een grote verbouwing, met onvoorstelbare consequenties voor landgebruik en eigendomsrecht, omdat in 1992 en in 2015 op VN-niveau bindende afspraken zijn gemaakt. Is dat democratisch, dat er beleid wordt uitgevoerd dat niet voorkomt uit een wens van de bevolking, en niet is geformuleerd door volksvertegenwoordigers? De volksvertegenwoordigers laten zich op deze manier reduceren tot een uitvoerende instantie van VN-beleid.

De Vree roept op de “22 nationale programma’s per direct in de ijskast te zetten, zodat eerst uitgebreide, onafhankelijke onderzoeken kunnen plaatsvinden, onder meer naar de democratische legitimiteit van deze grote verbouwing, alsmede hoe deze sterk te verbeteren door bijvoorbeeld de inzet van referenda”. Maar dat achten de Gedeputeerden niet nodig: “Alle ruimtelijke keuzes worden door de democratisch gekozen leden van Provinciale Staten gemaakt”, schrijven zij – in weerwil van wat ze elders in hun antwoorden erkennen.

Zo stoomt de VN-verbouwing door, zonder dat de politiek iets onderneemt.

Meer lezen:

Antwoorden Gedeputeerde Staten: dakl.nl/antwoord-GD
Nederland op de schop: dakl.nl/NL-opdeschop
Democratie uitgehold: dakl.nl/democratie-uitgehold
Onderzoek boeren en vissers, en meer informatie over de Grote Verbouwing van Nederland: koers2030.nl

https://deanderekrant.nl/nieuws/hoe-democratisch-is-de-grote-verbouwing-van-nederland-2024-03-28

3. Let op! Nederland gaat op de schop

let op nederland💨


TRANSITIE ONTTREKT ZICH AAN DEMOCRATISCHE CONTROLE​

Datum: 10 november 2023
Mens en Macht

Elze van Hamelen

De regering heeft vergevorderde plannen voor een grondige verbouwing van ons land. “Naar analogie van de wederopbouw kunnen we spreken van de wederombouw van Nederland”, zegt minister Hugo de Jonge. Maar in de verkiezingsstrijd horen we hier niets over. De uitvoering is zo onoverzichtelijk dat van echte inspraak geen sprake is. Duidelijk is wel dat voor landbouw en visserij nauwelijks ruimte overblijft. “Het zal voor heel veel boeren onmogelijk worden hun bedrijf te kunnen voortzetten. Als je dat tot je laat doordringen, is dit een zeer grote bedreiging.”

“De nationale ruimtelijke ordening in Nederland is terug”, schrijft Hugo de Jonge op 17 mei 2022 in een brief aan de Tweede Kamer. Het rijk “herneemt de regie” voor een “grote verbouwing van Nederland, met consequenties voor hoe landschappen, steden en dorpen (her)ingericht worden”. De plannen lijken neer te komen op een nieuwe ruilverkaveling, het naoorlogse project waarmee de kleine boeren uit Nederland werden verdreven en vervangen door grootschalige landbouw. De Jonge trekt die vergelijking ook: “De opgaven waarvoor we staan, zijn zo groot dat we naar analogie van de wederopbouw zonder overdrijving kunnen spreken van een wederombouw van Nederland”.

In grote lijnen: de ‘grote verbouwing’ zal worden vastgelegd in de ‘Nota ruimte’. Het project valt nu onder de Nationale Omgevingsvisie (Novi) uit 2020, en zal deze op termijn vervangen. Onder de Novi lopen momenteel 22 nationale programma’s, die allemaal aanspraak maken op landgebruik. Het inmiddels beruchte Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) waar het stikstofbeleid onder valt, is slechts één van die programma’s. Er zijn verder nog zes programma’s die zich richten op bodem en water, zes programma’s die zich bezighouden met het aanleggen van een infrastructuur voor “duurzame energie en een circulaire economie”, nog eens zes programma’s voor “leefbare steden en regio’s”, een nationaal milieuprogramma, een natuurprogramma en een programma voor defensievastgoed.

Landbouwtransitie als gegeven

Op 3 oktober 2023 verscheen de Contourennotitie nieuwe nota ruimte die een voorzet neemt op de Nota ruimte. In deze notitie springt een aantal ­zaken in het oog. Allereerst, ondanks alle boerenprotesten in de afgelopen jaren, staat de “transitie naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw” in het overzicht van reeds gemaakte keuzes. In de praktijk is deze transitie voor veel boeren niet haalbaar. Ze zitten gevangen in een bedrijfsmodel waarin schaalvergroting de enige manier is om te overleven. Banken verstrekken hen geen leningen om een overstap te maken naar een kleinschalig model. En wanneer ze hun schulden niet meer kunnen aflossen, staan de overheid of investeerders klaar om het land op te kopen. Eddie van Marum, Statenlid in Groningen voor BBB, zegt hierover: “Er wordt allerlei regelgeving opgelegd aan de boer die het oppervlak waarop je geld kunt verdienen verkleint: de boer moet meer doen op minder land. Dat dwingt tot intensivering.”

Gespecialiseerde onderzoeksjournaliste Geesje Rotgers van de Stichting Agrifacts, merkt op dat de markt voor biologische producten zeer beperkt is. “Voortdurend wordt geframed dat boeren met minder dieren (en werk) meer gaan verdienen. Maar dat de markt zo niet werkt, wordt stelselmatig genegeerd. Als de producten in Nederland te duur worden, worden gewoon goedkopere producten uit het buitenland geïmporteerd”.

Bart Kemp, oprichter van boerenbelangengroep Agractie Nederland, legt uit dat Nederland op grote schaal landbouwproducten importeert die niet aan dezelfde normen hoeven te voldoen als die hier gelden. “Wij mogen tal van medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen niet gebruiken die ze in Zuid-Europese landen wel gebruiken. Maar het geldt ook bijvoorbeeld voor legbatterijeieren uit Oekraïne, of gmo-producten uit de VS. Als je regels oplegt waardoor de boeren hier in een rap tempo verdwijnen, dan ben je in feite gewoon de boel aan het wegsaneren.”

Bodem en water

In de nationale programma’s en andere beleidsdocumenten wordt grote nadruk gelegd op het belang van bodem en water. In de praktijk vertaalt dit zich in een verdelingsvraagstuk over wie er toegang krijgt tot zoetwater, en welke activiteiten op wat voor grond mogen plaatsvinden. Kemp legt uit wat dit in de praktijk betekent: “Enerzijds wil men de veengronden voor een flink deel buiten gebruik plaatsen. Daarnaast wil men vergaande teeltverboden toepassen in de beekdalen, dat zijn zandgronden in Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. De hele Gelderse Vallei is bijvoorbeeld een beekdal. Deze gronden liggen buiten de Naturagebieden. Dit gaat om boerenlandbouwgrond”.

Volgens BBB-Statenlid Van Marum krijgt de boer nogal gemakkelijk de schuld van allerlei maatschappelijke problemen: “Wie gebruikt eigenlijk het water, naar wie gaat het toe? De industrie en datacentra zijn grootverbruikers, maar daar hoor je niemand over. De boeren worden vaak beschuldigd van watervervuiling. Komt dat van de boeren? Hier in Groningen is de NAM een grote vervuiler. Nederland zit aan het eind van een delta, en hanteert zwaardere normen dan de landen waar het vervuilde water vandaan komt. Het is belangrijk die andere partijen ook te betrekken wanneer het gaat om waterkwaliteit.”

Uitbreiding natuurgebieden, buffer­zones en ‘dooradering’

Naast de keuze voor de landbouwtransitie ligt de keuze voor een drastische uitbreiding van natuurgebieden en natuurherstel al vast in beleid. Volgens dit beleid moet in 2030 wereldwijd 30 procent van het land en de zee beschermd gebied zijn. Daarnaast dienen op 30 procent van het land ‘natuurherstelwerkzaamheden’ te worden uitgevoerd. Deze hoeven niet samen te vallen met beschermde gebieden. In de Contourennotitie vertaalt zich dit in het beschermen van “huidige natuurgebieden”, het “bufferen met overgangsgebieden” en “groenblauwe dooradering van het landschap”. Een groot deel van het land wordt omgevormd tot een ecologisch netwerk met in de marges nog ruimte voor wonen en economische activiteit.

“Om deze doelen te behalen komt er in totaal 702.000 hectare extra natuur bij in Nederland”, schrijft Rotgers. Dit is meer dan de oppervlakte van de provincie Friesland. “Dit blijkt uit een quick scan van Wageningen Economic Research en bureau Sovon uit Nijmegen, die in opdracht van stikstofminister Christianne van der Wal werd uitgevoerd. Samen met de huidige natuurgebieden zou dan zo’n 40 procent van Nederland moeten zijn ingericht als natuur. Dat is veel meer dan de internationaal afgesproken 30 procent.” Minister Van der Wal had nagelaten de kamer over deze studie te informeren “om een fixatie op hectares te voorkomen”.

De basis voor het natuurbeschermingsbeleid is de aanname dat het dramatisch gesteld is met de natuur en biodiversiteit in Nederland. De vraag is of dit klopt. Bij het instellen van de Naturagebieden tussen 2000 en 2004 had een inventarisatie moeten plaatsvinden. “Dat is niet gebeurd”, volgens Van Marum. “Er wordt data gebruikt uit 1900 of 1950, en er wordt verwezen naar planten en dieren die stikstofgevoelig zijn en niet noodzakelijkerwijs typerend voor het gebied. Ze werken veel met modellen. De uitkomst van zo’n model is afhankelijk van parameters die je invoert.”

Rotgers probeerde met een team van Agrifacts de biodiversiteitsdata boven tafel te krijgen, want de overheid houdt deze wel bij. Zij kregen als burgers en onderzoeker te horen dat de data slechts beschikbaar is voor overheden en natuurorganisaties. Uit een door Rotgers ingediend Woo-verzoek blijkt dat diezelfde natuurorganisaties aan tafel zitten bij de natuurdoelanalyses, waarbij de stikstofgevoelige natuur wordt geanalyseerd. Boerenorganisaties waren niet uitgenodigd.

Kemp: “Natura 2000 is een verdienmodel voor natuurorganisaties. Hoe zwaarder de doelstelling – bijvoorbeeld stikstofarme, schrale natuur – hoe meer vergoeding per hectare zij ontvangen voor een doel dat lastig haalbaar is in de Nederlandse situatie.” Terwijl de organisaties meer geld ontvangen wanneer ze meer land in hun beheer krijgen, hebben zij geen resultaatverplichtingen.

“Laten we kijken naar wat de echte problemen zijn”, bepleit Van Marum. “Gaat het wel om stikstof? Of gaat het om water, of beheer? Kijk naar een breed pakket van factoren – de uitstoot uit het Ruhrgebied, van het vliegverkeer, de industrie, de burgers. Het is zinloos om dan boeren uit te kopen voor problemen die ze niet veroorzaken.”

Energietransitie en circulaire economie

Op het gebied van de energietransitie liggen “grootschalige opwekking van energie op zee”, “kleinschalige opwekking van zonne-energie en windenergie op land als onderdeel van de regionale energiestrategieën” al vast in beleid, naast “de voorbereiding van twee nieuwe kernreactoren voor grootschalige opwekking van elektriciteit”.

Wanneer de ruimte voor alle geplande windparken op zee én de uitbreiding van Naturagebieden op de landkaart worden ingevuld, blijft er nauwelijks ruimte over voor de visserij. De visserij wordt in de hele Contourennotitie niet eens genoemd. Vissers laten zich noodgedwongen in toenemende mate uitkopen. Van de 118 platviskotters die er vorig jaar nog waren, zijn er nog maar 46 over. Hoewel er in de Contourennotitie wordt gesproken van het belang van “voedselzekerheid”, is het de vraag of in de komende jaren nog betaalbare verse vis verkrijgbaar zal zijn.

De energietransitie op het land heeft niet alleen ruimte nodig voor zonne- en windparken, maar ook voor infrastructuur. De NOS meldde onlangs dat hiervoor één op de drie stoepen in Nederland opengebroken moet worden. De plannen worden als gegeven beschouwd, ondanks dat zich wereldwijd signalen opstapelen dat de ‘duurzame’ energietransitie niet haalbaar is: het elektriciteitsnetwerk kan de wiebelstroom niet aan, de energiekosten rijzen de pan uit voor burgers en ondernemers, en de kosten voor de aanleg van windparken stapelen zich dermate op dat investeerders zich terugtrekken.

Ruimte voor defensie

Opmerkelijk is dat de Contourennotitie op alle gebieden – in de natuur, op het platteland en in de stad – ruimte reserveert voor meer militaire activiteiten. In het document wordt gesteld: “De veranderde veiligheidssituatie door de oorlog in Oekraïne en door andere dreigingen heeft tot gevolg dat Nederland de komende jaren meer investeert in defensie.”

Niet alleen het Nederlandse leger, ook de “internationale krijgsmacht zal nadrukkelijker aanwezig zijn in de fysieke leefomgeving. Op land, zee en in de lucht is meer milieu- en fysieke ruimte nodig, om te oefenen en voor de tijdelijke opslag en doorvoer van troepen en materieel van Navo-partners.” Het beschermen van kritische infrastructuur vraagt om “adequate bescherming van stedelijk gebied en daarmee ook vaker oefenen in stedelijk gebied”.

Nieuwe landinrichting

Wat ontbreekt bij al deze plannen is een helder beeld van hoeveel hectare de verschillende transities en de landelijke verbouwing gaat kosten en wiens land herverdeeld gaat worden. Kemp: “De grote verbouwing gaat over enorm veel grond, en daar komen alleen maar claims bij. En die worden grotendeels afgewenteld op de landbouw.”

De boeren hebben hiermee een nog veel grotere uitdaging dan het stikstofprobleem. Er is ook geen duidelijk beeld van welk effect alle transities op de voedselvoorziening en voedselzekerheid zullen hebben. “Al die processen tezamen gaan het voor heel veel boeren onmogelijk maken in de toekomst hun bedrijf te kunnen voortzetten. Als je dat tot je laat doordringen, is dit een zeer grote bedreiging”, aldus Kemp.

Volgens van Marum “zitten we al in een nieuwe landinrichting. Bij de vorige ruilverkaveling namen ze daar dertig jaar de tijd voor. Nu willen ze alles binnen twee jaar doorvoeren. Dat gaat natuurlijk niet werken. Waar wij ons vanuit de BBB zorgen over maken, is dat deze plannen grote maatschappelijke gevolgen hebben, ook voor de economie. Wordt daar wel voldoende rekening mee gehouden?”

Bij de beleidsplannen ontbreekt een kostenraming. Gaan de 24 miljard euro voor de natuur- en landbouwtransitie en 35 miljard voor de energietransitie die nu zijn geoormerkt, voldoen?

Bestuurlijke chaos

Wie gaan de grote verbouwing uitvoeren? De regering heeft hiervoor de provincies aangewezen, maar ook zogeheten ‘Novex’-gebieden – regio’s waar dermate grote transitie-uitdagingen zijn dat deze niet zonder regie van het rijk opgelost kunnen worden. “Het betreft hier gebiedsontwikkelingen waar nationale opgaven in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is om te kunnen komen tot de gewenste herbestemming en/of ingrijpende herinrichting met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit”, aldus de Contourennotitie. Er zijn zestien Novex-gebieden aangewezen, die veelal provinciale en bestuurlijke grenzen doorkruizen. In deze gebieden is een “Rijk-regio governance opgezet” waarin een “duo van een Rijk- en regio­vertegenwoordiger” de regie voert. Hoe worden de taken tussen de provincie en de Novex-regio verdeeld? In oktober 2022 ontvingen alle provincies “startpakketten” met een ruimtelijke “puzzelopdracht” over hoe de 22 nationale programma’s, doelen en uitdagingen in de Novex-gebieden in de praktijk vorm te geven. Van Marum: “Willen we alle opgaven van het rijk realiseren, dan hebben we tweeënhalf keer de oppervlakte van Groningen nodig, merkten wij. Dat gaat niet lukken. We hebben nu aangegeven wat we wel en niet gaan oppakken.” De provincie bepaalt of het beleid vanuit de provincie of de regio wordt uitgevoerd. De criteria hiervoor zijn onduidelijk. Wanneer voor een programma een rijkscoördinatieregeling bestaat, is er voor de provincie sowieso weinig speelruimte, stelt Van Marum.

De rol van de Novex-regio’s is ondoorzichtig. Volgens de Contourennotitie is “Nederland opgebouwd uit een rijkgeschakeerde verzameling regio’s”. Wat er niet bij staat, is dat regio’s in de Nederlandse bestuursstructuur niet bestaan. Deze is opgemaakt uit rijk, provincie en gemeente. In deze lagen is dan ook de democratische verantwoording geregeld. Er zijn wel volksvertegenwoordigers actief in de regio’s, maar het overleg dat zij daar voeren is niet voor het publiek toegankelijk. Daardoor bedreigt de besluitvorming de lokale democratie.

Het rapport Geef richting, maak ­ruimte, van De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur uit november 2021, waarschuwt dat vanwege de regionale samenwerkingsverbanden een democratisch tekort ontstaat. “Door de groei in het aantal regionale samenwerkingsverbanden worden afwegingen over beleid steeds meer op een andere plek gemaakt dan binnen de gemeenteraad of Provinciale Staten, en dus zonder gedegen democratische legitimatie.” Volgens dit rapport is het “regionaal bestuursniveau” niet goed georganiseerd en is er een wildgroei aan dit soort samenwerkingsverbanden, waarvan Nederland er 1284 telde in 2020. Een gemiddelde gemeente neemt deel aan wel 30 van dergelijke overlegtafels. In de praktijk blijken de samenwerkingsverbanden te leiden tot “onwerkbare situaties en moeizame besluitvorming”, stelt het rapport. yBij de grote verbouwing komt hier nog bij dat gemeenten nauwelijks betrokken zijn bij de besluitvorming. Tijdens de ‘puzzelfase’ is het aan de provincie om de gemeenten te betrekken. In de Contourennotitie komen gemeenten in het geheel niet voor. In verschillende reacties op het kabinetsbeleid heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) haar zorgen geuit. In een brief van 24 augustus stelt VNG: “De stapeling van opgaven en structurerende keuzes werkt ontmoedigend wanneer zicht op samenhang en prioritering ontbreekt.”

Terwijl de regio voor de burger een ver-van-mijn-bed show is, biedt deze een platform voor bedrijven en ‘maatschappelijke instellingen’ (ngo’s) om hun invloed te doen gelden. Zij worden onder meer betrokken bij de ‘Regionale investeringsagenda’s’ (RIA’s). Bij provinciale bijeenkomsten zijn veel maatschappelijke organisaties nadrukkelijk aanwezig, stelt Van Marum. “Ze komen met stiften op een kaartje inkleuren wat er met andermans land gaat gebeuren. Boeren worden vaak pas uitgenodigd als de plannen er al liggen. Die krijgen vervolgens de keuze – waar wil je heen, ga je stoppen of omvormen? Boeren zouden veel vroeger in het proces betrokken moeten worden. Er zitten vaak schreeuwerige splintergroepen bij, die meestal niet het gros van de achterban vertegenwoordigen. We zouden ons vaker mogen afvragen wie hier nu eigenlijk achter zit. Hebben deze groepen wel belang bij dit onderwerp? Er is momenteel een hele groep door de Postcodeloterij gefinancierde natuurorganisaties actief om garnalenvissers uit de Waddenzee te krijgen. Het afschaffen van die economische activiteit, is dat in het belang van burgers?”

De regering heeft met de Contouren­notitie ook een ‘participatieplan’ geformuleerd. Rotgers heeft er niet veel vertrouwen in: “De ministers en gedeputeerden van provincies hebben de mond vol van samenwerken, meepraten en vertrouwen. Vooral als er een tv-camera meedraait. In de praktijk zie je dat boeren plotseling een brief op de deurmat vinden, dat er opeens een kaart naar buiten wordt gebracht waarop ze zien wat de overheid met hun grond van plan is, of krijgen boeren lukraak het stempel piekbelaster opgeplakt. Niet omdat zij tot de grotere stikstofuitstoters behoren, maar omdat zij veel hectares natuur in de regio ­hebben.”

Koers 2030, een initiatief van het Solari Report, Enerzijds-Anderzijds en De Andere Krant, roept op tot een maatschappelijk debat over de Grote Verbouwing van Nederland. Op de website proberen we in kaart te brengen welke gevolgen dit heeft voor burgers, boeren en vissers. Samen met u willen we de zelfstandigheid en autonomie van burgers waarborgen. Wat merkt u ervan? Kunnen we er iets aan doen? U kunt reageren via de website.

koers2030.nl
dakl.nl/interview-koers-2030

https://deanderekrant.nl/nieuws/let-op-nederland-gaat-op-de-schop-2023-11-10

Deel deze pagina..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *